Rendierjagerskamp

Het kamp van een rendierjager is compact  en praktisch ingericht. De familie Holsteens legt uit hoe de ideale kampplaats er uit ziet. Klik op de afspeelknop om het geluidsfragment te starten of lees het uitgeschreven luisterverhaal onderaan deze pagina.

Geluidsbestand

Rendierjagerskamp - 11.000 jaar geleden

Het dagelijkse leven van een rendierjager is hard. Gelukkig zijn rendierjagers slim en sluw. Op dit hoge punt hebben ze een prima uitzicht over de vallei waar voorbijtrekkende rendieren komen drinken aan de beek. In de buurt vinden ze ook genoeg water in een ven, materiaal om te koken. Ook vinden ze voldoende materiaal om hutten mee te bouwen zoals buigzame takken. Logisch dat ze hier hun kamp opslaan!

 

Wist je trouwens dat dit rendierjagerskamp per toeval ontdekt is? Soldaten groeven zich in tijdens hun legeroefeningen. In deze kuilen kwamen heel wat stenen aan de oppervlakte. Een buurtbewoner besefte meteen dat de afgeslagen vuurstenen geen hoop rommel maar een echte archeologische schat vormen…

Wil jij het kamp leren kennen? Speel dan hier het spel 'Kamp op orde'.
  

De eerste 4-sterren kampplaats van Zonhoven

Vanuit het oogpunt van een rondtrekkende jagersgroep was deze locatie een rasechte 4-sterrencamping. Op de eerste plaats leverde de Roosterbeek drinkbaar water voor de mensen, maar ook voor de dieren. Vanop zijn hoge uitkijkpost op de rand van het Kempens Plateau had de mens goed zicht op het jachtwild dat in de vallei kwam drinken aan de Roosterbeek. 

Eetbare planten vond hij zowel in de vallei als boven op het droge plateau. Hoog op de dalflank, maar net onder de plateaurand, was het zelfs op een noordelijk gerichte helling nog aangenaam warm in vergelijking met de omstandigheden beneden in de vallei. De zuidelijk gerichte helling kwam niet in aanmerking omdat het hier krioelde van de muggen.

Van de tentconstructies is niets over gebleven. Door onderzoek bij stammen die nu nog in dezelfde omstandigheden leven, kunnen we wel proberen ons hiervan een voorstelling te maken. De tentconstructies die nu op het terrein staan, moeten de indruk geven van een verlaten tentenkamp uit de tijd van de rendierjagers en mogen dus zeker niet als reconstructies gezien worden.

Zowel in de grotten van Remouchamps als in Geldrop nabij Eindhoven in Nederland zijn sporen van dezelfde rendierjagers gevonden. Zonhoven lag dus op de trekroute van de rendieren die in het voor- en najaar van de Ardennen naar Nederland en omgekeerd trokken. 

Uit een grondige analyse van rendiertanden en -geweien leert men dat de rendieren in het voorjaar naar het zuiden (Ardennen, Eifel) trokken om daar de zomer door te brengen. Door de overvloedige plantengroei konden de jonge dieren voldoende vetreserves opbouwen. 

In het laagland zijn op dat ogenblik veel te veel muggen en andere vervelende insecten in de talrijke plassen, hetgeen vooral hinderlijk is voor de pas geboren dieren. Tijdens de winter verbleven de rendieren in de open laaglanden.

Rendierjagerskampen in onze omgeving

Rendierjagerskampen in onze omgeving

De Rendierjagerssite van Zonhoven ligt pal in het midden tussen het zomer- en wintergebied van de rendieren.

Bron

Quaternary International, 2011, blz. 272

Luisterverhaal

Papa: Nee, ik vind het niet erg dat je naar het kamp gelopen bent Lara, maar volgende keer moet je dat wel zeggen. De jacht is te gevaarlijk ...

Lara: Ja Papa… (zucht) 

Papa: Maar het is wel heel knap dat je een rendier geschoten hebt! 

Lara: Ja he! … en mama, toen kwam ik van links achter, en ik liep zo stil dat de alle rendieren gewoon bleven grazen. En mikte ik en waka. Mijn speer recht door de hals...

Orin: ….. Zie Lara daar zitten, boven op haar allereerste jachttrofee. Een rendier van een maand of vier schat ik. Nog klein, maar Lara is sterk en dapper, dat heeft ze nu wel bewezen. 

Orin: Straks hangen we het rendier boven het vuur. Barbecueën zouden jullie zeggen… maar dan moet eerst de huid er vanaf. Die kunnen we goed gebruiken.

Orin: Om de dieren te villen, gebruiken we ook vuurstenen. Als je zo tussen de spieren en de huid snijdt, krijg je een vel in één stuk. Hou die poot eens vast Lara… Oppassen dat we geen scheurtjes maken want de huiden moeten het water uit de tent houden. En van de huid van dat kleine rendier maken we een waterzak. 

Papa: Goed schrapen over de huid Lara, kijk, zo (geluid schrapen) anders worden de huiden te hard als ze droog zijn, en dan kunnen we ze niet meer oprollen om verder te trekken. Dan breken ze. 

Orin: Elk jaar komen we hier terug. Het kamp is zo goed gelegen; Mama noemt het onze 5 sterren camping. 

Mama: 4 sterren als er muggen zijn. 

Orin: Kijk wat een uitzicht we hier hebben. Vanuit onze tenten zien we in de verte beneden de Roosterbeek waar de rendieren komen drinken. (Denk het bos maar even weg, want die bomen waren er toen nog niet) De tenten liggen ver genoeg zodat de rendieren ons niet opmerken en dicht genoeg om ze goed te zien. En kijk eens achter je: hier net onder de heuveltop waait de gure wind over ons heen. Slim he! En het vennetje tussen de bomen, achter de tenten, staat meestal vol fris water als wij er zijn. Dus als we willen koken, hebben we alles bij de hand.

Papa: Ligt de kwartsiet al in het vuurt?  

Orin:  Ja, de stenen zijn bijna heet genoeg.

Orin: Ja, dit is hoe we soep maken. Een kuil in de grond, daarin leggen we een rendierhuid en daarin gieten we water. 

Orin: Meestal zoekt mama de  kruiden voor de soep in de buurt van het kamp. Brandnetel, is voedzaam en als je het kookt prikt het niet meer. Wilde tijm, een taai kruid, dat heel goed tegen de koude kan. En hier de jonge scheuten van de bereklauw. Lekker maar je moet goed oppassen want als die te groot wordt kan je er brandwonden van oplopen. Voila! 

En nu de stenen: Oei voorzichtig, das heet, hup erin. Nu wordt het water dadelijk warm. Straks nog wat stenen bijgooien, dan gaat het koken. 

(slurpt aan de soep. Blazen mmm)

Orin; Zeg, Ik wil je iets laten zien dat ik wat verder op ontdekt heb. Een skelet, een groot geraamte met een grote G of nee een grote M. van MMMMam MMMMam….geraamte  (lachje.) kom je mee?